Omroepen

De geschiedenis van de islamitische omroepen in Nederland is al meerdere keren als een 'soap' omschreven. En niet geheel ten onrechte. Er zijn in de loop der jaren verschillende initiatieven geweest die na enige tijd door intern geruzie weer uiteenvielen. 

De geschiedenis kenmerkt zich door persoonlijke of collectieve meningsverschillen, stammenstrijd, ruzies over geldzaken en machtspelletjes, waarbij verschillende organisaties, denominaties en individuen zijn betrokken. Er zijn veel en terugkerende discussies over representativiteit, maar ook over personen, samenwerkingsvormen, journalistieke autonomie, de inbreng van jongeren en de kleur van de programmering.

Die conflicten gaan we hier niet uitgebreid bespreken. Wel geven we een schets van de geschiedenis van de islamitische omroepen in Nederland. 

1986: de Islamitische Omroep Stichting (IOS)

In 1986 werd de eerste islamitische omroep opgericht: de Islamitische Omroep Stichting (IOS). De zendmachtiging was in handen van de Islamitische raad Nederland (IRN), waarbij destijds de Marokkaanse koepel UMMON, de Surinaamse WIM en de Turkse TICF waren aangesloten.
De programma's van de IOS werden aanvankelijk door andere omroepen, zoals de NOS, uitgezonden.

Al snel kwam er kritiek van islamitische organisaties die niet bij de drie moslimkoepels waren aangesloten en ontstonden er binnen de IOS conflicten. Deze conflicten liepen zo hoog op dat het  Commissariaat voor de Media (CVM) in 1993 oordeelde dat de ruzies bij de IOS de contuïteit en het draagvlak van de omroep in gevaar brachten.

Hieronder een kort fragment van de IOS. De uitzendingen begonnen na middernacht.

 

 

 

 

1993: Nederlandse Moslimomroep (NMO)

De IRN verloor haar zendmachtiging aan de Nederlandse Moslimraad (NMR), destijds een koepel van moslimorganisaties van kleinere moslimgroepen zoals, Surinaamse, Indonesische, Bosnische en Eritrese moslims. De NMR had in 1993 de Nederlandse Moslimomroep (NMO) opgericht. De omroep zond uit in het Nederlands, Arabisch en Turks. 

De NMO besteedde veel aandacht aan het islamdebat en ging met islamcritici het gesprek aan. Zo sprak schrijfster en theatermaker Nazmiye Oral sprak uitgebreid met Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Hieronder het gesprek met Fortuyn. Het gesprek met Theo van Gogh is hier te bekijken.

 

 

 

 

2004: NMO en Nederlandse Islamitische Omroep (NIO)

Omdat een aantal grote moslimorganisaties zich niet vertegenwoordigd voelden door de NMO, werd het Commissariaat voor de Media (CvM) eind 2004 voor de nieuwe zendtijdperiode geconfronteerd met twee aanvragers.

Behalve de NMR, die inmiddels zitting had genomen in de Contactgroep Islam (CGI), toonde ook het in 2004 gestarte Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) interesse. Het CMO werd gevormd door de grote soennitische koepels van Marokkanen en Turken, terwijl het CGI de meeste substromingen binnen de islam vertegenwoordigde.

Omdat het CVM geen ‘versnippering van zendtijd’ wilde, vroeg het CvM in maart 2005 aan CMO en CGI een samenwerkingsverband op te richten om het draagvlak voor de moslimgemeenschap te verbreden. Toen dit mislukte richtte het CMO de Nederlandse Islamitische Omroep (NIO) op, die direct zendtijd aanvroeg.

Het CvM besloot tegen haar zin in de zendtijd over de aanvragers te verdelen. In eerste instantie leek het commissariaat - officieel omwille van de efficiency van het omroepbedrijf - vrede te hebben met deze oplossing. Verschillende gangen van de NMO naar de rechter brachten echter verandering in die situatie; het bleek niet mogelijk om zendtijd voor één (hoofd)stroming aan meerdere partijen toe te wijzen.

Om de impasse te doorbreken speelde het CvM nog een keer de kaart van de mediawettelijke bepaling over vertegenwoordiging van de substromingen uit. Onder die druk werd in september 2007 door het CMO en de NMR alsnog de Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (SVIZ) opgericht. Deze stichting kreeg de zendtijd voor de islam in Nederland toegekend voor de periode tot 1 september 2010. De nieuwe stichting moest de zendtijd verdelen over de NMO en de NIO. 

Vanaf het begin was echter duidelijk dat het in ‘het afgedwongen huwelijk’ om de meest uiteenlopende inhoudelijke, financiële en invloedtechnische redenen niet bepaald boterde tussen de bloedgroepen. Gevolg: een aaneenschakeling van conflicten, interim besturen en slechte pers. De aanhoudende bestuursproblemen deden de programmaleiders van zowel NMO als NIO besluiten in het najaar van 2009 aan te geven dat de stekker er een jaar later zou worden uitgetrokken. Op hetzelfde moment gaven beide onroepen te kennen geen aanvraag te doen voor de invulling van de zendtijd voor moslims die vanaf 1 september 2010 weer vrij zou komen.

2009: Stichting Moslim Omroep (SMO), Samenwerkende Moslim Organisaties Nederland (SMON) en Stichting Academica Islamica (SAI)

Zoals verwacht stonden er genoeg gegadigden in de rij. In het najaar van 2009 dienden vijf organisaties bij het CvdM een aanvraag in voor de 2.42 zendtijd (zendtijd voor een kerkgenootschap of een ander genootschap met een geestelijke grondslag), ‘hoofdstroming Islam’ voor de periode 2010-2015. De twee grootste daarvan waren de Stichting Moslim Omroep (SMO) en de Samenwerkende Moslim Organisaties Nederland (SMON). Eén van de drie kleinere organisaties, de Stichting Academica Islamica (SAI) die zich vooral richtte op (programmering voor) moslimjongeren, sloot zich in november bij de aanvraag van de SMON aan.

Eind december 2009 werd door het CvdM de zendtijd aangewezen aan de SMON. Het CvdM oordeelde dat SMO en SMON beide voldeden aan de ‘mediawettelijke representativiteiteis’, maar dat het organisatiemodel van de SMO, waar de achterban rechtstreeks invloed zou kunnen uitoefenen op de werkvloer, van de criteria afweek. Ook vond het CvdM dat de deelname van jongeren vanwege de steun van SAI aan de aanvraag van de SMON beter was gegarandeerd.

2010- 2011: Geen moslimomroep, NTR Halve Maan

In de zomer van 2010 ontstond een conflict binnen het omroepbedrijf van de SMON omdat SAI het niet eens was met het benoemingsbeleid bij de omroep in opbouw. Dit leidde ertoe dat de SAI de aanvraag van de SMON niet langer ondersteunde. Medio augustus besloot het CvdM daarop de zendtijd die per 1 september 2010 had moeten ingaan vanwege ‘gebrek aan representativiteit’ in te trekken. De zendtijd werd door het CvdM overgedragen aan de NPO die vervolgens de NTR verzocht om de zendtijd te verzorgen.

De NTR gebruikte het budget onder andere om er het programma De Halve Maan van te maken. Het programma werd gewaardeerd, maar ook bekritiseerd: er was weinig aandacht voor religieuze zaken. 

Na een onvruchtbare poging van de SMON om het besluit aan te vechten, gaf het CvdM in het najaar van 2010 toch aan de aanvragen van 2009 opnieuw te willen beoordelen. Eind 2010 sloot de SMON een samenwerkingsconvenant met de IKON en de Stichting Verzorging Kerkelijke Zendtijd (VKZ) om na hernieuwde aanwijzing nauw te gaan samenwerken en in de loop van 2012 een fusie aan te gaan. Tegelijkertijd voegde één van de andere aanvragers uit 2009 - die shi’itische organisaties vertegenwoordigd - zich bij de SMON.

Enkele maanden later besloot het CvdM om de zendtijd definitief niet toe te wijzen. In juli 2011 werd dit besluit door de Raad van State (RvS) vernietigd. De RvS stelde dat SMO en SMON allebei representatief waren en dat het CvdM een nieuw, goed gefundeerd besluit moest nemen waarbij gekozen zou worden tussen SMO en SMON, omdat was gebleken dat samenwerking tussen SMO en SMON niet mogelijk was. De RvS herinnerde het CvdM er in dezelfde uitspraak aan dat het commissariaat zelf bij herhaling had gesteld het onwenselijk te vinden dat moslims niet vertegenwoordigd zouden zijn in het publieke bestel.

2012-: Stichting Zendtijd Moslims (SZM) en de Moslimomroep (MO)

Om de zaak vlot te trekken kwam het CvdM in november 2011 met het voorstel een mediator aan te stellen. Een geslaagde bemiddelingspoging leidde in mei 2012 tot de gezamenlijke zendtijdaanvraag namens SMON en SMO door de nieuwe Stichting Zendtijd Moslims (SZM). Het gepresenteerde bestuursmodel is gebaseerd op het model van de andere 2.42 omroepen en voldoet aan de gestelde eisen. 

De nieuwe omroep van de SZM, de Moslimomroep (MO), werd eind 2012 één van de acht religieuze en levensbeschouwelijke Omroepen (de zogenaamde 2.42-omroepen) en kreeg toestemming om tot en met 31 december 2015 uit te zenden. MO wordt een redactie binnen de NTR. Die verzorgt productie, organisatie en financiën voor MO.
Paul Römer, directeur van de NTR, laat in het NRC weten dat de eindredacteuren inhoudelijk verantwoording afleggen aan de MO, en financieel aan de NTR. Met deze constructie wordt vooruitgelopen op de situatie in 2016. Dan wordt artikel 2.42 uit de Mediawet definitief geschrapt en moeten de huidige religieuze en levensbeschouwelijke omroepen onderdak hebben gevonden bij één van de grote omroepen. 

De NTR en de MO verzorgen samen het radioprogramma Dichtbij Nederland. Dit programma werd elke werkdag van 21 tot 22 uur op Radio 5 uitgezonden.

kritiek
Kritiek komt er vooral van de Turks-alevitische Hakder en de Marokkaanse RMMN. Zij wijzen erop dat de bestuurders van de SZM deels dezelfde zijn als die betrokken waren bij eerdere, mislukte initiatieven. Ook vrezen zij bemoeienis uit Marokko en vooral Turkije met de programmering.

Einde Moslim Omroep

In november 2015 bleek dat het de Stichting Zendtijd Moslims (SZM) niet was gelukt onderdak te vinden bij één van de grotere omroepen. Geen van de omroepen wilde de moslims hebben. De NTR kreeg hierdoor in 2016 opnieuw de taak om moslimprogramma’s te verzorgen. Daarnaast zijn ook de programma's voor hindoes bij de NTR ondergebracht. 

Op 1 januari 2016 verdwijnen de zeven religieuze omroepen. Dat is het gevolg van een besluit uit 2011 van toenmalig minister Van Bijsterveldt (CDA) die bepaalde dat de religieuze omroepen zich moeten aansluiten bij grotere omroepen, die met de helft van het geld religieuze programma's kunnen maken.

Drie van de zeven religieuze omroepen vonden in 2014 al onderdak bij een grotere omroep. De katholieke RKK gaat naar KRO-NCRV, de protestanten van IKON/ZvK naar EO, de humanisten naar VPRO (maar zij worden ook een aspirant-omroep, per 1 januari).

De NPO besloot als uitvoerder van de hele operatie de zogenaamde wereldreligies vanaf 2016 definitief onder te brengen bij de NTR. Daarbij gaat het om de Joodse Omroep, de Moslim Omroep, de Boeddhistische Omroep Stichting en Hindoe Media. De bestuurders van de verschillende omroepen wilden daar uitgezonderd de hindoes echter niet aan meewerken, omdat ze vreesden dat zij en hun achterban dan niets meer in de melk te brokkelen zouden hebben.

In 2015 vond de Joodse Omroep een plekje bij de EO en gingen de boeddhisten naar de KRO-NCRV. Driss El Boujoufi van de SZM sprak met verschillende omroepen gesproken, maar niemand wilde de MO onderdak bieden. De moslims voelen zich volgens het NRC „buitengesloten”.

NTR: Nieuwe Maan

In februari 2016 gaat het nieuwe NTR programma Nieuwe Maan van start. In een persbericht laat de NTR weten dat het programma aandacht zal aandacht aan actuele kwesties rondom de islam in Nederland en ontwikkelingen binnen de moslimgemeenschap. "Het programma biedt een platform voor de opinies en visies vanuit de moslimgemeenschap op de Nederlandse samenleving en alles wat daarin speelt. Naast de actualiteit is er ook aandacht voor cultuur, life style, mode, humor etc."

Het programma wordt gepresenteerd door Nadia Moussaid. Stand-up comedian Farbod Moghaddam neemt het nieuws van de week door en laat bijzondere filmpjes zien. 

 

De achtergrondartikelen op deze site zijn geschreven door Roemer van Oordt en Ewoud Butter. De informatie op deze site is 'work-in-progress' en wordt geregeld aangevuld en indien nodig gecorrigeerd. Heeft u opmerkingen of aanvullingen, mail deze dan naar info@polderislam.nl
Laatste wijziging: 22 februari 2016

Delen: