Voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs
In Nederland is momenteel nog één islamitische school voor voortgezet onderwijs actief: het sinds het schooljaar 2014-2015 opgestarte Avicenna College in Rotterdam (VMBO-BBL, VMBO-KBL, VMBO-TL / MAVO, HAVO, Atheneum). Die school, vernoemd naar een bekende islamitische wetenschapper uit de elfde eeuw, lijkt het - afgeleid uit het uitblijven van negatieve reacties en publiciteit – tot nu toe goed te doen. De school heeft veel nieuwe docenten. Eerder bepaalde de rechter dat de school twaalf docenten van het oude Ibn Ghaldoun (zie onder) niet hoefde aan te nemen.

Tot voor kort waren er nog twee middelbare scholen op islamitische grondslag; het Islamitisch College Amsterdam en Ibn Ghaldoun in Rotterdam. Beide scholen hadden vanaf het begin in willekeurige volgorde te maken met gebrek aan ondersteuning van buiten, fors verloop in het docentenbestand, een hoop mistanden en schandalen, flinke (politieke) tegenwerking, een slechte pers en veel te weinig kritische ouders.

Islamitisch College Amsterdam (ICA)
Het Islamitisch College Amsterdam werd in 2001 opgericht. Het aantal leerlingen groeide in de beginjaren sterk, tot zo'n 750 in 2005. De school stond open voor iedereen. Islamitische waarden en normen, die mede vanuit de Koran en de soennah aangereikt worden, vormden de uitgangspunten van de school. Er waren afdelingen voor vmbo (70%), havo (20%), en vwo (10%).

Inspectie en onderzoek
De school stond al vrij snel onder extra zwaar toezicht omdat er uiteenlopende problemen waren. Volgens een oordeel uit 2004 van de onderwijsinspectie besteedde de school voldoende tijd aan het onderwijs en gaf de school ook het juiste onderwijs, verzorgd door veel jonge docenten met een met de leerlingen vergelijkbare islamitische allochtone achtergrond.

Maar dan de problemen. Zo was er volgens de inspectie veel verloop onder de docenten en kende of volgde de school mede daardoor niet altijd de afgesproken onderwijsplannen. Verder werd er onvoldoende getoetst en liet de begeleiding van probleemleerlingen te wensen over. Ook zouden veel leraren slecht Nederlands spreken en ​zou binnen de school 'een richtingenstrijd over de islam leven'. 

In december 2006 gaf onderzoek van dagblad Trouw aan dat het ICA het slechtst scoorde van alle middelbare scholen in Nederland ( met het cijfer 3,3).  Het onderwijs was volgens dat onderzoek ‘niet goed’ en de school ‘werkte integratie tegen’. Die laatste conclusie was direct gerelateerd aan een extra bepaling die op 1 februari 2006 werd opgenomen in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra en die het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie van kinderen als toetsbare kerndoelen voorschreef.

Minister Van der Hoeven van Onderwijs (CDA) wilde de school sluiten, maar had die bevoegdheid niet kondigde vervolgonderzoek aan. Ook de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb van onderwijs (PvdA) liet zich zeer kritisch uit over de school, eiste opheldering van het bestuur en besloot een gemeentelijke subsidie op te schorten. De directie van de school gaf in een reactie aan dat het onderzoek van Trouw gebaseerd was op verouderde gegevens.

Ondanks een langzaam stijgende lijn in de prestaties - vooral bij de grote VMBO afdelingen - in de jaren die volgden, besloot minister van Onderwijs Maja van Bijsterveld (CDA) in 2010, op basis van de rapporten van de onderwijsinspectie, de school niet langer te bekostigen. Een door het ICA voorgestelde fusie met Ibn Ghaldoun in Rotterdam werd door de minister van tafel geveegd.

Nieuwe start?
Docenten van het ICA dienden in november 2010 een aanvraag in voor een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam. Eén van hen bleek ook betrokken bij een thuisonderwijsaanvraag voor 97 leerlingen van de orthodox islamitische school die moest sluiten wegens de slechte onderwijskwaliteit. Wethouder Lodewijk Asscher liet aan het Parool weten niet blij met het initiatief te zijn. ''Het is weinig geruststellend dat dezelfde mensen die het ICA runnen, een nieuwe school willen oprichten. Ze hebben eerder laten zien dat niet te kunnen.''

In 2011 kreeg de Stichting Islamitisch onderwijs Amsterdam en Omstreken van het ministerie van OC&W toch groen licht om een nieuw islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam te starten. Zij konden aantonen dat daar genoeg belangstelling voor was. Sindsdien wordt er door het stichtingsbestuur een juridische strijd gevoerd, eerst met wethouder Asscher, nu met wethouder Simone Kukenheim.

De gemeente Amsterdam moet zorgen dat de stichting een schoolgebouw krijgt. Pas daarna kan de school van start gaan en krijgt het geld van het ministerie van Onderwijs. Amsterdam weigert al enkele jaren de stichting een gebouw te geven. De redenen die daarvoor worden aangedragen lopen uiteen, maar focussen op het gebrek aan vertrouwen in bestuurders. Volgens Paul Zoontjes, hoogleraar Onderwijsrecht, moet de gemeente een gebouw beschikbaar stellen aangezien de Amsterdam gebonden is aan de beslissing van de minister dat de school er moet komen. 

De zaak escaleerde in augustus 2014 toen de secretaris van de SIO, het Haagse gemeenteraadslid van de Partij van de Eenheid Abdoe Khoulani op zijn Facebookpagina schreef : ‘Leve Isis en inshaa Allah op naar Bagdad om dat schorem aldaar aan te pakken’.

Wethouder Simone Kukenheim (Onderwijs) zei daarover: 'Een bestuurder die dergelijke uitspraken doet, en een bestuur dat zich daarvan niet uitdrukkelijk distantieert, kan volgens het college geen verantwoordelijkheid dragen voor de leerlingen in onze stad.'

Ahmed Marcouch (PvdA) stelde Kamervragen en de Amsterdamse PvdA bemoeide zich ook intensief met de kwestie. De PvdA in Amsterdam wil dat wordt voorkomen dat de Stichting Islamitisch Onderwijs een school mag starten. "Het is mooi dat mensen een school kunnen stichten, maar ze moeten ook laten zien daartoe in staat te zijn", vindt Marjolein Moorman, fractievoorzitter PvdA Amsterdam. "Deze bestuurders hebben in het verleden bewezen dat het niet is gelukt. Daardoor is een slechte school ontstaan. Wij vinden dat, in het belang van de kinderen, de kwaliteit van onderwijs voorop moet staan."  

Volgens het Amsterdamse college speelden er naast de uitspraken van de secretaris van de SIO nog meer zaken, waaronder de samenstelling van het bestuur en het bevoegde gezag. Verder ontbraken relevante stukken bij het verzoek en was het de gemeente niet helder met hoeveel leerlingen de school wil beginnen. Het college zei niet tegen islamitisch onderwijs te zijn, wel tegen kwalitatief ondermaats onderwijs.

Het bestuur van de SIO schrijft in een openbare brief dat de gemeente zich baseert op drogredenen en onwaarheden en dat het zich nadrukkelijk en openlijk heeft gedistantieerd van elke vorm van extremisme of terrorisme. Eerder deed de SIO aangifte van smaad en laster tegen Marcouch vanwege zijn kritiek.

Begin juni 2015 bepaalde de voorzieningenrechter dat Amsterdam opnieuw moet kijken naar een huisvestingsaanvraag van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam (SIO). Volgens de rechter heeft het college de aanvraag voor deelname aan het huisvestingsprogramma 2014 en 2015 niet op de juiste manier behandeld. De rechter stelde zich op het standpunt dat het de gemeente binnen zes weken een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen. Doet ze dat niet, dan volgt een dwangsom van 200 euro per dag met een maximum van 30.000 euro. De rechter deed in december 2014 al een vergelijkbare uitspraak over een schooljaar eerder. Daar is de gemeente bij de Rad van State tegen in beroep gegaan. Er lopen op dit moment dus twee gerechtelijke trajecten door elkaar.

De gemeente Amsterdam wil hoe dan ook strengere eisen worden gesteld aan bestuurders die een nieuwe school willen beginnen. Kukenheim: "Iedereen kan een school oprichten als je aantoont dat er belangstelling voor is. Maar je hoeft niet aan te tonen dat er kwaliteit is"

SIO geeft in een reactie aan dat het vanaf de eerste huisvestingsaanvraag in 2012 ingezet heeft op professioneel management van haar onderwijs. Kernwaarden: (1) professioneel management en bestuursmodel; (2) professionele organisatie en personeelsbestand; (3) kwalitatief goed onderwijs; (4) volledig curriculum met aandacht voor islam; (5) veilige en zorgzame islamitische geborgenheid; (6) opbrengstgericht werken; (7) stimuleren van actief burgerschap; (8) dialoog en samenspraak met ketenpartners, zoals ouders, gemeente Amsterdam, Rijksoverheid, maatschappelijke organisaties, politie en de buurt waarin de school zich bevindt. Actief contact met basisscholen (ook niet islamitische), collega VO scholen, en vervolgopleidingen als ROC’s, hogescholen en universiteiten. De school zal zich aansluiten bij samenwerkingsverbanden, het OSVO en het regionale plan onderwijsvoorzieningen Amsterdam.

Sander Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, gaf ook aan weinig vertrouwen in het nieuwe initiatief te hebben. Dekker: ‘De vraag is, hoe kun je op voorhand kwaliteit goed vaststellen? Maar je zou aan scholen kunnen vragen: laat een goed schoolplan zien, laat zien welke leraren je in de arm wil nemen. Dat leraren een diploma hebben. Ook kun je kijken of bestuurders van zo’n school niet in het verleden wanbeleid hebben getoond. Daarnaast zullen we als een school eenmaal begonnen is, er bovenop blijven zitten met de inspectie’

Polderislam.nl gaat praten met betrokkenen. Wordt vervolgd!

Ibn Ghaldoun
Ibn Ghaldoun - vernoemd naar een belangrijk 14e-eeuwse historicus - was in 2000 de eerste islamitische school voor voortgezet onderwijs die in Neder­land werd opgericht. De school had tot de zomer van 2012 vier locaties van vestiging: de hoofdlocatie Schere in deelgemeente Charlois, en de locaties Elzendaal, De Quackstraat en Noord.

De school is al sinds haar oprichting onderwerp van hevige kritiek en bijzondere aandacht. Die aandacht richt zich op veel verschillende elementen. Er zijn debatten over de islamitische grondslag van de school, over de kwaliteit van de school, over financiële problemen en over bestuurlijke onrust.

Drie maanden na de start van het eerste schooljaar wordt bekend dat de Inspectie van het Onderwijs bezorgd is over het niveau van het onderwijs op de school. Belangrijkste kwestie is de onduidelijkheid over hoeveel gekwalificeerde leerkrachten en hoeveel leerlingen de school werkelijk heeft. De inspectie vraagt opheldering maar biedt ook een helpende hand.

Problemen
De grootste problemen deden zich voor rond de besteding van subsidiegeld en door de sterk wisselende maar (te) vaak slechte prestaties. De meeste aandacht trokken de examenfraudes, zowel door docenten (verbeteren van examens), maar zeker toen leerlingen van Ibn Ghaldoun in mei 2013 examens hadden gestolen.

Prestaties
In 2008 waren de prestaties van de school zwaar onder de maat; de Onderwijsinspectie kwalificeerde de school als "zeer zwak", het laagste kwaliteitsniveau in Nederland. De wethouder van onderwijs Leonard Geluk (CDA) zegde snel daarna het vertrouwen in het schoolbestuur op en stuurde bovendien een brief aan de ouders en verzorgers van de leerlingen, waarin hij hun adviseerde hun kinderen naar een andere school te brengen.

De slagingspercentages voor de eindexamens in 2009 waren daarentegen heel erg hoog. Van het vwo slaagde 100% van de leerlingen, voor de havo bedroeg dit 95% en voor het vmbo 90%. In maart 2010 gold de kwaliteit van het onderwijs op alle niveaus (vmbo, havo, vwo) als voldoende. Dit oordeel werd herhaald in september 2010. Opinieweekblad Elsevier noemde in januari 2012 de vwo-afdeling van de school "een opmerkelijke nieuwkomer in de lijst met winnaars". De vwo-afdeling kent weinig zittenblijvers en de eindexamenleerlingen haalden hoge eindcijfers. Vreemd genoeg oordeelde op 27 februari 2012 de Onderwijsinspectie dat de afdeling vmbo-b weer ernstige tekortkomingen vertoonde. De afdeling werd als zwak beoordeeld.

Diefstalexamens, inspectie en sluiting
Naar aanleiding van de diefstallen van de examens in mei 2013 eiste de Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge (CDA) samen met een aantal Tweede Kamerfractie in juni 2013 dat de school zou moeten worden opgeheven. Zij hadden daar echter echter de wettelijke mogelijkheden niet voor.

Toen de Onderwijsinspectie in een rapport van 9 augustus 2013 concludeerde dat de kwaliteit van het onderwijs op de scholengemeenschap onder de maat was en dat er geen tekenen waren dat die binnen nu en twee jaar zou verbeteren tot een aanvaardbaar niveau, liet staatssecretaris  Dekker weten voornemens te zijn op basis van de algemene wet bestuursrecht de bekostiging van de school per 1 november 2013 te beëindigen. Hiervoor stuurde hij op 10 september 2013 een voorgenomen besluit aan het schoolbestuur. Dekker ging ervan uit dat de school per die datum zijn deuren voorgoed zou sluiten.

Voor een uitgebreide analyse van de 'teloorgang' van Ibn Ghaldoun, zie: dit rapport van de Nederlands School voor Openbaar Bestuur (NsOB).

Sluiting en herstart
Op 8 oktober 2013 werd de school failliet verklaard. Het onderwijs werd op dezelfde locatie met een nieuw docententeam overgenomen door de christelijke scholengemeenschap Melanchthon. In een persbericht liet bestuursvoorzitter Ayhan Tonca van Ibn Ghaldoun weten dat de negatieve beeldvorming, imagoschade en maatschappelijke onrust die zijn ontstaan na de diefstal van 27 eindexamens, aanleiding vormden voor samenwerking met het CVO. "Het bestuur en de Raad van Toezicht vinden het wenselijk dat er een nieuwe start komt voor islamitisch onderwijs in Rotterdam. Gezien onze denominatie en karakter is het voor ons een logische keuze om het CVO om ondersteuning te vragen."

Avicenna College
Het in 2014 geopende Avicenna College is op dit moment de enige school voor Islamitisch voortgezet onderwijs in Nederland. Er is aanbod voor taalverwerving in het Arabisch en Turks. Het college biedt veel sport aan, waaronder taekwondo, zwemmen, voetbal en basketbal. Extra is ook het project Jong Ondernemen.

Volgens de interim-directeur Richard Troost van het nieuwe Avicenna Colege was het ‘chaos troef’ op de oude Ibn Ghaldoun in Rotterdam-Zuid.  Hij liet weten dat kinderen geen boeken hadden en de wc’s kapot waren. Orde herstellen kreeg de prioritiet. Veel leerlingen kwamen wanneer ze zin hadden, omdat er geen verzuimbeleid was. Dat veranderde. Leerlingen die in de gangen rondhingen, werden naar de lessen gestuurd en het aftandse gebouw kreeg een flinke lik verf. Eindexamenkandidaten met een flinke achterstand werden in de weekends bijgespijkerd. De gratis huiswerkklassen en bijlessen zijn er nog steeds. Het is nog vroeg om conclusies te trekken, maar de school voldoet nu weer aan de eisen van de inspectie.


Meer artikelen over onderwijs

 


Op dit gedeelte van de site een overzicht van de wijze waarop moslims zich in Nederland georganiseerd hebben. Kijk voor de overzichtspagina hier.

   

De achtergrondartikelen op deze site zijn geschreven door Roemer van Oordt en Ewoud Butter. De informatie op deze site is 'work-in-progress' en wordt geregeld aangevuld en indien nodig gecorrigeerd. Heeft u opmerkingen of aanvullingen, mail deze dan naar info@polderislam.nl
laatste wijziging: 8 september 2015

 

Delen:


Gerelateeerde nieuwsberichten: